Knobbel naar Teelbalkanker naar Bikkel

op 12 juni 2019

Gemiddelde leestijd: 11 minuten

Er is weer eens wat gebeurd hoor. En ik kan het niet laten er een blog over te schrijven. Een lange. Waarom? Omdat ik denk dat andere mensen door hetzelfde of iets soortgelijks kunnen gaan en het altijd fijn is om iets te lezen of te horen van iemand anders, zodat je weet wat er gaat of kan gebeuren. Daarnaast is het oprecht interessant om zo’n proces mee te maken of te lezen ook al gaat het niet per se over iets leuks. En ik vergeet natuurlijk 90% van het geheel, dus nu het nog vers is, boeiend om ooit terug te lezen. En ik zeg weer, want ik heb al eens in een andere medische achtbaan gezeten.

Dus zet je schrap. Dit was wat er allemaal met mij gebeurde begin juni 2019. Het verhaal begint echter net een maandje eerder.

Toeval of geen toeval?

Woensdag 8 mei 2019. Ik heb bij een opdracht kennismakingsgesprekken met verschillende mensen van een betreffende organisatie. Ik vraag graag naar persoonlijke verhalen, buiten organisatieverhalen om. Dat doe ik omdat ik oprecht geïnteresseerd ben, ik dan beter weet wat de persoon zou willen en ik een vertrouwensband creëer.

Afijn. Ik heb een gesprek met een dame, die vertelt over haar zoon die teelbalkanker heeft gehad en waar het gelukkig nu allemaal goed mee gaat. Waarop ze mij indringend aankijkt en zegt: ‘Daarom zeg ik altijd tegen mannen van jouw leeftijd, laat je controleren!’

Ik knik ja en bedank voor de tip, waarbij ik nonchalant natuurlijk denk: ‘Tuurlijk geeft ze goed advies, maar dat zal ik waarschijnlijk niet gaan doen.’ Maar iets van wat ze zei blijft toch hangen. Wat nou als ik inderdaad teelbalkanker zou hebben?

Een knobbel voelen

Zondag 2 juni 2019. Ik ga naar bed. M’n vrouwtje ligt al te slapen. Zij moet de volgende dag weer werken en ik blijf bij de kleine. Ik ga liggen met m’n boxershort aan en man-eigen leg ik het zaakje natuurlijk nog wel even goed. Waarom weet ik niet, maar ik bleef dit keer wat langer dan normaal aan mijn bal zitten. Waar ik iets voel. Iets wat daar niet hoort. Een bolletje ter grote van een erwt of een kleine knikker bovenop de rechter teelbal.

Gelijk denk ik aan de dame van het gesprek en denk bij mezelf: ‘Ja daaag.’

Ik voel nog een keer. Overduidelijk een bolletje wat ik eerst niet had. Fuck! Ga ik m’n vrouw hiervoor wakker maken? Nee, dan ligt ze de hele nacht wakker. Dat gaat niet helpen. Morgen bel ik direct de huisarts en dan vertel ik het aan mijn vrouw. Enigszins zwetend van het idee probeer ik nog in slaap te komen.

Terwijl ik met wijd opengesperde ogen in bed lig, ga ik maar het slechtste scenario uitdenken. Dat ik het al vervelend ga vinden om met mijn broek op mijn enkels bij de huisarts te zitten, naar de operatiekamer te gaan, tot het horen van de uitslag en dat het dan ook nog eens is uitgezaaid en ik nog maar kort te leven heb tot het afscheid dat ik dan moet nemen van vrouw, zoontje, familie, vrienden, collega’s enz. Dit is mijn manier om mezelf voor te bereiden op wat mogelijk komen gaat. Om al enigszins mijn emoties bij elk punt te voelen en te kijken hoe ik reageer. Terwijl ik nog in bed lig word ik dus angstig en verdrietig.

Daarna ga ik nog een keer door alle stappen heen en bedenk bij elke stap hoe ik zou willen dat ik reageer. Ik heb mijn emoties namelijk zojuist al gehad. Dat is klaar. Nu ga ik een soort bescherm-modus in, waar ik na ga hoe ik het zo gemakkelijk mogelijk kan maken voor mijn omgeving (en daarmee voor mezelf). Ik ga niet ongemakkelijk bij de huisarts doen. Ik ga het gewoon rustig en hoopvol tegen mijn vrouw zeggen. Ik ga er open over praten wanneer ik meer weet wat het is. Ik ga er grapjes over maken. Enzovoorts. Dan val ik in slaap.

(Ja, ik loop bij Michael, de huispsycholoog bij Keytoe, mede om te kijken of deze strategie nou wel het meest gezond is, haha. Maar dat is hoe ik dingen voor mijzelf ook luchtig maak en waarmee ik denk een goed, fijn mens te kunnen zijn. Maar dat is een heel ander blog)

Van huisarts naar echo

Maandag 3 juni 2019. In de middag een afspraak met m’n huisarts. Vrouwtje is natuurlijk geschrokken. Ik zeg nog niets tegen anderen op Cedric en een vriend waar ik toevallig mee had afgesproken na. Eerst afwachten.

Bij de huisarts broek naar beneden en hij gaat voelen. Voor de mannen, nee, dat is niet prettig. Hij moet soort van dat erwtje los van de bal zien te voelen. Au. Hij verdenkt dat het op de bijbal zit en daarmee niet kwaadaardig hoeft te zijn. Grote kans op een cyste. Een andere mogelijkheid is dat de bijbal geïrriteerd of licht ontstoken is en dan een bolletje produceert, wat na verloop van tijd weer weggaat. Maar voor de zekerheid gaan we toch een echo inplannen. Donderdag.

Met enige geruststelling ga ik weer terug naar huis. Zou het zo makkelijk zijn?

Nu voel ik toch elke dag wel dat bolletje zitten en ben me behoorlijk bewust van m’n ballen. Oncomfortabel. Ik durf er eigenlijk ook niet meer aan te zitten.

Donderdag 6 juni 2019. Om half 3 heb ik de afspraak voor de echo. Ik kom ietsjes later binnen, meld me aan en ga zitten in de wachtkamer. Het wachten duurde behoorlijk lang en ik zie mensen die na mij kwamen eerder opgeroepen worden, dus ik loop nog even terug naar de balie. Oeps, foutje, ik was niet goed aangemeld. Nu wel.

De kamer ingeroepen. Een radiologe gaat met die koude echo-gel over de noot heen en zegt: ’Nee, dit hoort daar niet. Dit is in je bal. Ik ga gelijk praten met de uroloog.’

Even voor the record, een uroloog is gespecialiseerd in urinewegen en alles eromheen. Een oncoloog is er voor kanker. Ik haalde ze nog wel eens door elkaar in de tussentijd.

Uroloog en nasi

De uroloog heeft misschien tijd om mij nog eind van de middag te spreken. Ze willen ook dat ik gelijk bloed ga prikken om mijn bloedwaardes te checken. Daarvoor moet ik eerst een formulier halen bij de urologie balie.

Aangekomen word ik met bezorgde strelingen op m’n bovenarm gemaand te zitten en nog even te wachten, want de uroloog kan mij mogelijk direct spreken.

Ik mag bij hem naar binnen. Aardige man. Hij laat de echo zien en zegt, die lijkt niet best. Als er iets in je teelbal zit, dan is het voor 95% zeker een kwaadaardig tumor. Zelf wilde hij ook nog voelen en een echo maken. Weer heel prettig natuurlijk.

Hij legt uit dat bij je geboorte stamcellen in je ballen zitten die zich ontwikkelen tot je teelballen die zaad produceren, maar dat er soms stamcellen niet ontwikkelen en op latere leeftijd kunnen uitgroeien tot kwaadaardige tumoren. Dat is hoe teelbalkanker ontstaat. Ook had ik wat ‘kalkspetters’ op mijn andere bal, wat aangeeft dat die bal ook enige gevoeligheid heeft voor een tumor.

Hij concludeert: ‘Protocol is dat we binnen 72 uur opereren. Aangezien het pinksterweekend is gaan we morgen opereren. Ik zet je op de lijst. Je wordt geopereerd in Franciscus Gasthuis. We halen de rechterbal weg en nemen een biopt van je linker. Mocht daar iets mee zijn, dan kunnen we bestralen of chemo. Als dat niet werkt, gaat hij er ook af en dan zul je de rest van je leven testosteron moeten smeren (of tietjes en hogere stem krijgen). Daarnaast krijg je een CT-scan om te zoeken naar uitzaaiingen. Heb je nog een kinderwens?’

Ik zeg: ‘Ik heb er al één, maar wie weet.’ Waarop hij zegt: ‘Dan ga ik nu bellen naar het Erasmus MC om te vragen of je morgenochtend terecht kunt om zaad in te vriezen, voor het geval dat.’

‘Wil je nog een prothese?’ Ik: ‘Een wat?’ ‘Ja, een prothese, als in iets wat je balzak opvult.’ ‘Doen veel andere gasten dat?’ ’Niet echt. Er is wat extra infectiegevaar, maar als je graag naakt wilt rondlopen en je vindt dat prettiger, dan…’ ’Nee hoor, bedankt.’

Bloedprikken moet ik nog doen, maar als ik te laat ben, want het was vijf voor vijf onderhand, dan kan dat ook morgen in het Gasthuis.

Het nieuws dat ik teelbalkanker heb en dat ik geopereerd ga worden heb ik ondertussen gedeeld bij vrouw, familie, vrienden en collega’s. Het lab voor bloedprikken is al dicht. Ik bel m’n vrouw, leg haar alles wat ik tot dan toe weet uit. Hang op en zie appjes van m’n moeder en oom die bij m’n opa in hetzelfde ziekenhuis zijn. Daar ga ik nog even langs.

Dat het klote is en dat ik een trotse bikkel word geeft al enige luchtigheid aan het gesprek.

M’n opa is redelijk stil tijdens mijn bezoek, op een oprechte ‘he, wat naar’ na. Hij krijgt zijn bestelde Nasi als eten, waar een aantal balletjes bij zitten en vraagt tijdens mijn vrij luchtige verhaal over dat er een noot afgechopt gaat worden: ‘Len… wil je een bal?’

De grappenregen is begonnen.

Ballendag

Vrijdag 7 juni 2019. Vrouwtje gaat met de kleine rustig opstaan, waardoor ik met m’n vader naar het Erasmus ga om 7.00h ’s ochtends. Van aanmelden bij de inschrijfbalie naar de balie van het Voortplantingscentrum. Je meldt je niet elke dag bij een balie met: ‘hallo, ik kom zaad invriezen.’

Ik krijg een potje met mijn naam erop in mijn handen geduwd. Ik loop de deur met de grote bemoedigende zonnebloem erop door om een van de twee inspirerende kamertjes in te gaan en mijn dingetje te doen. Ik ben natuurlijk al heel erg in de stemming, dat snap je. Niet.

Na geforceerde ongemakkelijke moeite slaag ik. Geen idee hoe lang ik daarover heb gedaan. Vast lang. M’n vader had het koffiezetapparaat al leeggedronken zeg maar.

Bakkie met kwakkie inleveren, waarna ik de instructie krijg om een half uur tot uur te wachten, want dan zouden ze de uitslagen van de kwaliteit van het zaad gelijk met mij delen.

Na een dik uur van zaad-, kloten- en ballengrapjes (en die mop van de oude man die het met z’n rechterhand probeerde, met z’n linkerhand probeerde, maar dat hij toch echt het dekseltje niet van het potje kreeg), komt een arts mij ophalen om het een en ander te bespreken. Ik had wel wat buisjes vol, maar eigenlijk voor het fijne te weinig kunnen vullen (presteren onder druk is nooit makkelijk). Zaad zag er op zich verder goed uit. Of ik over een paar weken toch weer wil terugkomen om bij te vullen voor zover dat mogelijk zou zijn. Ook neem ik met de arts een contract door om aan te geven of ik bij overlijden mijn zaad wil vernietigen, aan wetenschappelijk onderzoek wil overlaten of dat mijn vrouw erover kan besluiten.

Ook deze arts wil nog even ballen voelen (ondertussen was ik blauw geknepen).

Nog wel even urine en bloed inleveren om te controleren op SOA’s en infectieziektes. Toen direct door naar Franciscus Gasthuis, waar ik word afgezet door mijn vader.

Ik meld me aan, heb nog een kort gesprekje met de uroloog van de vorige dag, om toen lang te wachten om bloed te prikken. Vanaf daar door naar de acute dagopname met de prachtige naam: Acute Short Stay. Afgekort ASS.

Daar krijg ik een bed en mag lekker op mijn ass zitten tot de operatie begint. Om half 4 word ik opgeroepen om naar de Operatie Kamer te gaan. Had ik al verteld dat ik sinds 12 uur de vorige nacht nuchter moest blijven? Geen water, niks.

Vlak voor de OK stellen mijn onderhandelingsvaardigheden mij teleur, want ik geef toe aan een ruggenprik met roes, terwijl ik dat eigenlijk niet wil: het is eleganter dan volledige narcose, want er hoeft geen beademingsbuis in de keel. Ik: ‘oké…’

Zo high als een groene kanarie met Bob Marley, Three Little Birds in m’n kop val ik na nog wat grapjes maken in slaap door de roes.

Ik word weer wakker met Bob Marley nog steeds in mijn hoofd en een raketje in mijn hand voor wat suiker.

Pijn en drugs

Hoewel mijn lenden tot mijn tenen nog verdoofd zijn van de ruggenprik, begint de pijn downstairs al op te wellen. Eenmaal op de kamer rond half 8 ’s avonds krijg ik het rillend koud. Temperatuur 35,5. Dus wat extra dekens over mij heen. En de pijn zet in alsof ik napijn heb van zojuist in mijn noten (correctie: noot, ondertussen) getrapt te zijn. Mannen herkennen dat als je ballen tussen je benen geklemd worden dat je dan zo snel mogelijk je benen wijd wil doen. Anders ontstaat er zo’n nare pijn. Die pijn maar dan intensiever, wat van mijn linkerbal doorstraalt naar mijn rechterlies en dan naar mijn onderrug. Is niet zo raar ook als je aan balverlies lijdt.

Ze hebben een snee in mijn balzak aan de linkerkant gemaakt voor het biopt (dus een hapje uit mijn linkerbal). En ze hebben een snee in mijn rechterlies gemaakt, de zaadleider doorgeknipt en vanaf daar de teelbal uit de balzak getrokken, met zaadleider en al. Waarom zo? Omdat ze dan minder risico hebben dat ze in het tumor snijden wat eventueel kankercellen in mijn bloedbaan kan laten landen. Best slim.

Ik krijg morfine, maar voel na een uur nog weinig verbetering.

De dokter wordt er nog bijgehaald om te kijken of ik echt wel wat meer pijnstilling nodig heb. Toch wel. Dus nog wat morfine. O en er is goed nieuws, de bloedwaarden van de ochtend zien er goed uit. Ik mag weer wat eten en drinken. De roti gaat langzaam maar zeker naar binnen. Niet misselijk gelukkig.

Uiteindelijk rond half 11 voel ik mij al wat beter. Nog wel pijn, maar ik zou ermee kunnen slapen.

De nacht was onstuimig, nootweer, dus ik slaap halfjes.

CT-scan, naar huis en rust

Zaterdag 8 juni 2019. Zes uur ’s ochtends komt de verpleegster bloed prikken voor de volgende test.

De arts komt langs in de ochtend. Kijkt en voelt nog aan de wond: AUUUU. Vertelt wat er verder gaat gebeuren. CT-scan komt er zo aan. Volgende week nog bloedprikken. Over 10 dagen uitslag van het biopt en dan kijken we verder. Bloed zag er weer goed uit. Dus lijkt dat we er op tijd bij zijn.

CT-scan van mijn keel tot mijn bovenbenen, met contrastvloeistof. En ik mag naar huis. Wijdbeens loop ik naar de auto.

Thuis zak ik langzaam, maar pijnlijk op de bank. Ik ben moe en heb pijn.

In de middag weer een goed bericht. De CT-scan laat niets zien. Alleen het biopt nog en dan voor 10 jaar lang regelmatig bloed laten prikken.

Ik ga vroeg naar bed met flink wat paracetamol achter mijn kiezen.

Eind goed al goed

Dus daar zit ik dan. Niet heel comfortabel op een stoel terug te halen hoe het precies allemaal ging en dit blog te schrijven.

Het is allemaal weer afgelopen met een sisser. Of nou ja, met een bal minder. Het was nootzakelijk kwaad denk ik dan maar. En om eerlijk te zijn voor mij natuurlijk een redelijk gemakkelijke positie met al een vrouw en kind om mij niet heel druk te maken over een bal minder.

In ieder geval gaat het goed met me. De uitslagen zijn tot nu toe goed. Ik kan weer lekker door. Mijn familie, vrienden, collega’s en omgeving zullen mij nog wat langer moeten tolereren.

Moraal van het verhaal

Luister nou eens een keer naar mensen die zeggen dat je je ergens op moet controleren.

Ik hoop dat dit verhaal iemand ergens kan helpen om wat relaxter met een dergelijke situatie om te gaan, wetende dat een ander dezelfde stappen heeft gelopen. Voel je dus vrij dit te delen met iemand die daar behoefte aan heeft.

Als je zoiets meemaakt, sterkte. Ga ermee om zoals jij wilt, dit was mijn manier. Ik hou wel van de luchtigheid, de grapjes en de ik-zie-wel-mentaliteit. Maar dat wil niet zeggen dat het een perfecte houding is voor dergelijke situaties. Het moet bij je passen. Maar doorsta het met opgeheven hoofd, want het kan iedereen overkomen.

Het allerbelangrijkst voor iedereen: Doe niet zo moeilijk tegen jezelf, tegen anderen en tegen je omgeving, want je kunt op een zondagavond vlak voordat je gaat slapen een knobbeltje voelen.